Onderwijssysteem

Je kind is geen vmbo-, havo- of vwo-kind

Een kind is geen onderwijsniveau, maar een unieke combinatie van kennis, talenten en vaardigheden die zich allemaal op hun eigen manier ontwikkelen

Marlieke

Je kind is geen vmbo-, havo- of vwo-kind

Als iemand vraagt welk niveau je kind doet, is het antwoord meestal eenvoudig. Vmbo, havo of vwo. Met één woord geven we daarmee een beeld van waar een kind staat en wat het ongeveer kan. We zijn daar zo aan gewend geraakt dat het heel normaal voelt.

Maar eigenlijk is het best bijzonder om de ontwikkeling van een jongere samen te vatten in één niveau. Want kinderen ontwikkelen zich helemaal niet zo gelijkmatig.

Een kind kan moeite hebben met Nederlands, gemiddeld presteren voor wiskunde en ondertussen bijna vloeiend Engels spreken doordat het veel Engelstalige boeken leest, games speelt en video's kijkt. Een ander kind haalt misschien geen uitzonderlijke cijfers, maar bouwt thuis zelfstandig een computer, maakt muziek of weet alles over het menselijk lichaam.

Welk niveau heeft zo'n kind dan?

Ontwikkeling past niet netjes in één niveau

Vmbo, havo en vwo hebben binnen ons onderwijs een duidelijke functie. Ze helpen om onderwijs te organiseren en bepalen voor een belangrijk deel welke lesstof een leerling krijgt aangeboden. Maar daarmee zijn het nog geen volledige beschrijvingen van wat een jongere kan.

Zelfs binnen één vak kunnen de verschillen groot zijn. Een jongere kan bij wiskunde bijvoorbeeld moeite hebben met algebra, terwijl statistiek juist heel gemakkelijk wordt begrepen. Bij Engels kan grammatica lastig zijn, terwijl diezelfde jongere zonder problemen een gesprek voert, een Engelse podcast volgt of een ingewikkelde tekst begrijpt.

Toch zien we op een rapport uiteindelijk vooral cijfers die horen bij het niveau waarop een kind onderwijs volgt. Daardoor ontstaat gemakkelijk het beeld dat ontwikkeling zich ongeveer op één lijn bevindt, terwijl de werkelijkheid veel grilliger en interessanter is.

Veel talent laat zich helemaal niet vangen in een schoolniveau

Daar komt nog iets bij. Een groot deel van wat jongeren kunnen, wordt helemaal niet uitgedrukt in vmbo-, havo- of vwo-niveau.

Neem een jongere die besluit een eigen game te bouwen. Om dat voor elkaar te krijgen, leert hij programmeren, zoekt hij Engelstalige informatie op, denkt hij na over logica en kansberekening en probeert hij telkens opnieuw oplossingen te vinden wanneer iets niet werkt. Hij laat anderen zijn game testen, verwerkt hun feedback en verbetert zijn ontwerp.

Op papier is hij misschien een gemiddelde leerling. Maar tijdens zo'n project zie je ineens veel meer. Je ziet nieuwsgierigheid, zelfstandigheid, creativiteit, probleemoplossend vermogen en doorzettingsvermogen. Tegelijkertijd wordt kennis uit verschillende vakgebieden toegepast zonder dat iemand vooraf heeft gezegd dat dit vandaag op het programma staat.

Dat zijn geen bijzaken. Het zijn juist vaardigheden waar iemand zijn hele leven iets aan heeft.

Wat als we niet vragen welk niveau een kind ís?

Misschien zit het verschil wel in de vraag die we stellen. In plaats van te vragen welk niveau een jongere heeft, kunnen we veel preciezer kijken naar wat iemand daadwerkelijk weet, kan en laat zien.

Dan hoeft het helemaal niet vreemd te zijn wanneer een jongere voor het ene onderdeel ontwikkeling op vmbo-t-niveau laat zien en voor een ander onderdeel op havo- of vwo-niveau. Daarnaast kunnen er interesses en vaardigheden zijn die nauwelijks in die traditionele indeling passen.

Het resultaat is geen eenvoudig label meer, maar een persoonlijk ontwikkelprofiel. Dat is ingewikkelder dan één woord op een rapport, maar het vertelt ook veel meer over de persoon die erachter zit.

Van schoolniveau naar ontwikkelportfolio

Dat is een belangrijk uitgangspunt van Lutra. Jongeren verzamelen tijdens hun projecten en ervaringen bewijs van wat ze leren en kunnen. Dat kan een onderzoek zijn, maar net zo goed een zelfgemaakt product, een video, een ontwerp, feedback van een specialist of het resultaat van een echte opdracht voor een organisatie.

Met behulp van AI willen we dat bewijs analyseren en zichtbaar maken welke kennis, vaardigheden en ontwikkeling daarin naar voren komen. Waar dat relevant is, kunnen we die ontwikkeling vergelijken met bestaande leerdoelen en niveaus uit het reguliere onderwijs.

Niet om uiteindelijk alsnog één niveau bovenaan het scherm te zetten, maar juist om een veel genuanceerder beeld te krijgen. Een niveau wordt daarmee een referentiepunt voor een bepaald onderdeel, in plaats van een etiket voor een heel kind.

Een kind is zoveel meer dan het niveau waarop het onderwijs volgt

Vmbo, havo en vwo hoeven wat mij betreft dus helemaal niet te verdwijnen. Ze kunnen waardevolle referentiekaders zijn en spelen binnen ons huidige onderwijssysteem een belangrijke rol.

Maar we zouden ze misschien wat minder moeten gebruiken als antwoord op de vraag wat een jongere kan. Want achter dat ene schoolniveau zit een veel groter verhaal. Een verhaal over dingen waar iemand nieuwsgierig naar is, kennis die al is opgebouwd, talenten die misschien nog nauwelijks zijn ontdekt en vaardigheden die juist buiten een klaslokaal zichtbaar worden.

Als we dat verhaal beter zichtbaar kunnen maken, hoeven jongeren later niet alleen te vertellen welk onderwijsniveau ze hebben gevolgd. Ze kunnen laten zien wat ze hebben onderzocht, gemaakt en ervaren, waar ze goed in zijn en waarin ze zich verder willen ontwikkelen.

Je kind is geen vmbo-, havo- of vwo-kind. Het is een jongere met een eigen ontwikkelprofiel dat veel rijker is dan één niveau ooit kan laten zien.

Geef nieuwsgierigheid de ruimte

Ontdek hoe Lutra ervaringen helpt omzetten in zichtbare ontwikkeling.

LUTRA · learn from life

Lutra — learn from life

Contact

Lutra

Academiesingel 1

4811AA Breda

info@lutra.world

Volg Lutra

Ontdek meer

Nieuwsgierigheid is het begin.