Onderwijssysteem

Wat als je op je werk iedere paar dagen een cijfer kreeg?

Wat zou voortdurende beoordeling met jouw motivatie en nieuwsgierigheid doen als je op je werk net zo vaak een cijfer kreeg als jongeren op school?

Marlieke

Stel je voor dat je werkgever morgen besluit het anders aan te pakken. Vanaf nu krijg je niet meer voornamelijk feedback op je werk, maar cijfers. Voor je presentatie van vanmorgen krijg je een 7,2. De e-mail die je gisteren naar een belangrijke klant stuurde was een 6,8. Voor je bijdrage aan het teamoverleg krijg je een 5,9.

Je weet bovendien dat al die cijfers worden opgeslagen. Je kunt ze op ieder moment bekijken in een app en je leidinggevende kan dat ook. Aan het einde van het kwartaal wordt het gemiddelde berekend.

Misschien zou je de eerste dagen nog nieuwsgierig zijn. Maar hoe lang duurt het voordat je anders naar je werk gaat kijken?

Zou je nog iets doen wat niet wordt beoordeeld?

Je leidinggevende vraagt of iemand vrijwillig wil meedenken over een nieuw project. Het lijkt je eigenlijk ontzettend interessant, maar volgende week staat er een belangrijke beoordeling gepland die drie keer meetelt.

Waar besteed je je tijd aan? Waarschijnlijk aan datgene waarop je wordt beoordeeld.

Een collega vraagt of je wilt helpen met een ingewikkeld probleem. Je zou er veel van kunnen leren, maar het levert geen punten op. Ondertussen kun je met een paar uur extra voorbereiding misschien je 6,4 voor een ander onderdeel omhoog krijgen naar een 7.

De keuze wordt steeds rationeler.

Niet: waar kan ik iets van leren?

Maar: wat telt mee?

En als je werkgever vervolgens een interessante workshop organiseert, is de kans groot dat iemand uiteindelijk de vraag stelt die docenten maar al te goed kennen: krijgen we hier eigenlijk een cijfer voor?

En dan komen de onverwachte overhoringen

Op dinsdagmorgen kom je binnen op kantoor. Je hebt je koffie nog maar net neergezet wanneer je leidinggevende zegt dat iedereen zijn laptop moet dichtdoen.

Overhoring. Je krijgt twintig minuten om zonder hulpmiddelen op te schrijven wat je nog weet van de informatie die vorige week is besproken.

Je wist niet dat je vandaag beoordeeld zou worden. Je kent het onderwerp eigenlijk goed, maar je hoofd slaat dicht en je haalt een 5,4.

Dat cijfer blijft staan.

De volgende keer dat je naar zo'n overleg gaat, luister je waarschijnlijk anders. Niet alleen omdat je geïnteresseerd bent in wat er wordt verteld, maar ook omdat je je afvraagt welke informatie later gevraagd zou kunnen worden.

Het leren krijgt ineens een ander doel.

Hoeveel cijfers zou je verdragen?

Dit gedachte-experiment klinkt misschien overdreven, maar Nederlandse leerlingen in het voortgezet onderwijs krijgen gemiddeld 102 cijfers per schooljaar die meetellen voor hun rapport. De Onderwijsraad noemt dat aantal in zijn advies over toetsing uit 2026. Het cijfer is afkomstig uit onderzoek dat onderwijsjournalist en voormalig docent Johannes Visser liet uitvoeren voor zijn boek Is het voor een cijfer?

Dat zijn gemiddeld ongeveer tweeënhalf cijfers per lesweek.

Stel je opnieuw je werk voor:
Je weet dat je deze week op meerdere momenten wordt beoordeeld. De ene beoordeling telt één keer mee, de andere twee of drie keer. Een slechte beoordeling van vorige maand probeer je te compenseren met een betere beoordeling deze maand.

Ondertussen zie je in een digitaal systeem precies hoe je ervoor staat.

Een 7,1 gemiddeld.

Dan een 5,3.

Je gemiddelde zakt.

De volgende beoordeling wordt ineens belangrijker.

Hoe lang zou het duren voordat je niet meer bezig bent met goed worden in je werk, maar met goed worden in beoordeeld worden?

Wat zou het met je keuzes doen?

Waarschijnlijk zou je gedrag langzaam veranderen. Je zou meer tijd gaan besteden aan onderdelen waarop je slecht scoort, ook wanneer je talent ergens anders ligt. Je zou veilige keuzes kunnen gaan maken wanneer fouten punten kosten. Misschien zou je minder snel iets nieuws proberen waarvan je niet weet of je er goed in bent.

En na een beoordeling? Dan wil je vooral weten wat je cijfer is.

Dat mechanisme ziet Visser ook in het onderwijs. Zijn centrale kritiek is niet simpelweg dat ieder cijfer verkeerd is, maar dat het cijfer zo'n belangrijke plaats heeft gekregen dat leerlingen gemakkelijk van beoordeling naar beoordeling gaan leven. Hij pleit daarom ook niet simpelweg voor het afschaffen van alle cijfers.

Het LAKS verwoordde in 2025 een vergelijkbaar probleem: wanneer het cijfer het eindproduct wordt, is er na het ontvangen ervan weinig tijd om stil te staan bij wat een leerling heeft geleerd of nog kan verbeteren. De volgende toets dient zich immers alweer aan.

Zo leren we op ons werk meestal niet

Het vreemde is dat we ontwikkeling bij volwassenen vaak heel anders organiseren.Stel dat je voor je werk een nieuw programma moet leren gebruiken. Dan verwacht niemand dat je na drie lessen je laptop dichtklapt en zonder hulpmiddelen alle functies uit je hoofd reproduceert.

Je probeert het programma.

Je zoekt iets op.

Je vraagt een collega om hulp.

Je maakt een fout.

Je probeert het opnieuw.

Na een paar weken merk je dat je die collega steeds minder nodig hebt. Een paar maanden later help jij misschien iemand anders. Niemand heeft je tussendoor een 5,8, een 6,4 en uiteindelijk een 8,1 gegeven. Toch is er overduidelijk iets gebeurd.

Je hebt iets geleerd.

Natuurlijk moet je soms beoordelen

Ook op het werk bestaan beoordelingen. Een piloot moet aantoonbaar bepaalde vaardigheden beheersen. Een accountant moet zorgvuldig werken. Een arts moet over voldoende kennis beschikken. En een werkgever mag verwachten dat iemand zijn werk goed uitvoert.

Hetzelfde geldt voor onderwijs. Soms wil je gewoon weten of een jongere bepaalde kennis beheerst. De vraag is daarom niet of we nooit meer mogen toetsen of cijfers mogen geven. De interessantere vraag is waarom leren en beoordelen zo vaak met elkaar verweven moeten zijn.

Want als ieder leerproces uiteindelijk eindigt met een cijfer, is het niet zo vreemd dat jongeren op een gegeven moment gaan vragen:

Is het voor een cijfer?

We hebben ze tenslotte jarenlang geleerd dat dát bepaalt hoeveel iets waard is.

Wat als we ontwikkeling zouden volgen in plaats van momenten beoordelen?

Dat is een van de dingen die we met Lutra anders willen benaderen. Een jongere die een robot bouwt, hoeft daar geen 7,6 voor te krijgen.

Veel interessanter is wat er tijdens dat project gebeurt. Welke problemen kwam die jongere tegen? Welke kennis was nodig om verder te komen? Wat lukte eerst niet en later wel? Welke hulp werd gevraagd? Welke feedback is verwerkt? En wat kan iemand aan het einde wat aan het begin nog niet kon?

Door projecten, producten, ervaringen, feedback en ander bewijs over langere tijd te verzamelen, ontstaat een beeld van ontwikkeling. Daar mag best een niveau naast staan. Het kan juist waardevol zijn om te weten hoe de kennis of vaardigheden die iemand laat zien zich verhouden tot bijvoorbeeld vmbo-, havo- of vwo-niveau.

Maar het niveau wordt dan niet het doel van de activiteit.

De ontwikkeling is het doel.

En misschien is dat wel de interessantste vraag die we uit het bedrijfsleven kunnen meenemen naar het onderwijs.

Niet voortdurend:

Hoe heb je vandaag gescoord?

Maar veel vaker:

Wat kun je vandaag wat je een tijdje geleden nog niet kon?

Geef nieuwsgierigheid de ruimte

Ontdek hoe Lutra ervaringen helpt omzetten in zichtbare ontwikkeling.

LUTRA · learn from life

Lutra — learn from life

Contact

Lutra

Academiesingel 1

4811AA Breda

info@lutra.world

Volg Lutra

Ontdek meer

Nieuwsgierigheid is het begin.